Bank.nl geeft informatie en vergelijkt bankproducten in Nederland. Let op: Wij zijn geen financiële instelling of bank.

Spaargeld minder waard? Deze 3 factoren hebben invloed

Laatst bijgewerkt op: 13 januari 2022
Saskia Oegema
Auteur:

Saskia Oegema is werkzaam als financieel tekstschrijver. Zij onderzoekt en schrijft voor verschillende websites in de financiële dienstverlening. Zowel haar Bachelor Bedrijfseconomie als haar Master in Economics - met als specialisatie Corporate Finance and Control - heeft ze behaald aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.

Leestijd: 3 minuten
Hand met briefgeld

In Nederland schoot de inflatie in december 2021 naar 5,7%. Inflatie is de gemiddelde stijging van prijzen van goederen en diensten. Door de hoge inflatie neemt de koopkracht af: met hetzelfde geld kan er minder gekocht worden. Stijgt de spaarrente niet mee met de inflatie? Dan wordt spaargeld steeds minder waard. Hoe kan dat?

Inflatie houdt in dat alles duurder wordt. De prijzen gaan omhoog. Rente op spaargeld zou deze prijsstijgingen moeten compenseren. Het spaargeld stijgt in dat geval mee met de inflatie. Op dit moment zijn de spaarrentes nog steeds historisch laag. En biedt de rente allang geen compensatie meer. Of met andere woorden: stijgt de spaarrente niet, dan wordt spaargeld alleen maar minder waard.

1.      Hoge inflatie

Al een tijdje is er sprake van een hoge inflatie. Een inflatie van 5,7% is uitzonderlijk hoog. Sinds lange tijd stegen de prijzen van goederen en diensten niet zo hard. Wanneer spaarrentes en lonen meestijgen, hoeft dit geen probleem te zijn. Omdat er in dat geval geen sterke afname van de koopkracht is.

Een bank betaalt rente over spaargeld. Wie zijn spaargeld een lange tijd laat staan, laat het saldo op de spaarrekening groeien. Het spaargeld wordt méér waard. Dit heet het rendement op spaargeld. Hoe hoger de rente, hoe hoger het rendement. Dit rendement biedt compensatie aan de inflatie.

Maar spaarrentes zijn al lange tijd historisch laag. Vrijwel alle spaarrentes schommelen rond de 0%. Vanaf een bepaald saldo geldt er zelfs bij sommige banken een negatieve rente van -0,5%.

2.      Historisch lage spaarrentes

Door de lage spaarrentes is het verschil tussen de inflatie en spaarrente groot. Wanneer de spaarrente en inflatie ongeveer gelijk zijn, compenseert de spaarrente de prijsstijgingen. Op dit moment is dat niet het geval, en blijft de rente op spaargeld flink achter.

Met andere woorden: goederen en diensten worden duurder, maar het spaargeld stijgt niet mee. Na verloop van tijd kan er met hetzelfde spaargeld minder gekocht worden.

Wie bijvoorbeeld €25.000 aan spaargeld heeft, maakt met een inflatie van 5,7% na een jaar €1.425 verlies. Het spaargeld is dan nog maar €23.575 waard. En is er geen €25.000, maar €26.425 nodig om hetzelfde te kunnen kopen.

Een groot verschil tussen de spaarrente en de inflatie zorgt er dus voor dat de koopkracht van spaargeld minder wordt. Oftewel: spaargeld wordt minder waard.

3.      Ook nog belasting betalen

Een hoge inflatie en een lage spaarrente laten spaargeld langzaam verdampen. Daarbovenop komt de Belastingdienst nog een graantje meepikken. Vanaf een saldo van €50.560 (zonder partner) of €101.300 (met partner) moet er namelijk belasting betaald worden over het spaargeld. En de Belastingdienst gaat daarbij uit van een fictief rendement.

Een rekenvoorbeeld

Hoeveel spaargeld precies in waarde daalt, wordt duidelijk met een voorbeeld. Hierbij wordt uitgegaan van een inflatie van 5,7% per jaar en een spaarrente van 0%.

Kleine spaarders gaan er het minst op achteruit. Zij betalen geen vermogensbelasting. Een bedrag van €10.000 wordt bijvoorbeeld na een jaar met een inflatie van 5,7% “slechts” €570 minder waard. De waarde van die €10.000 is dan nog maar €9.430.

Wie €80.000 op zijn spaarrekening heeft, levert een stuk meer in. Als eerste wordt er belasting betaald. Dit is €165. Daarnaast wordt het spaargeld met een inflatie van 5,7% binnen een jaar €4.560 minder waard. Een totaal verlies van €4.725, waardoor die €80.000 nog maar €75.275 waard is.

Bij €200.000 aan spaargeld krijgt de spaarder bij de meeste banken te maken met een negatieve spaarrente van -0,5%. Dit komt neer op €1.000 per jaar. De vermogensbelasting komt uit op €1.621. De inflatie van 5,7% laat het spaargeld in een jaar met €11.400 krimpen. Alles bij elkaar slinkt de spaarpot met €14.021 naar €185.979.

Sparen of beleggen?

Spaarrentes, de inflatie en belastingtarieven wijzigen elk jaar. De spaarrente kan weer omhoog gaan. En de inflatie kan beperkt worden. Toch laat dit voorbeeld zien dat sparen niet leidt tot het opbouwen van vermogen. Veel mensen gaan dan ook op zoek naar een alternatief, zoals beleggen.

Maar helemaal geen spaargeld achter de hand hebben is niet verstandig. Het Nibud blijft daarom adviseren om eerst een financiële buffer op te bouwen. En daarna pas alternatieven voor sparen te onderzoeken.

  • Eén reactie op “Spaargeld minder waard? Deze 3 factoren hebben invloed”

    1. Sineke schreef:

      Heel actueel Saskia. Kan er mijn voordeel uithalen na lezen van jouw artikelen. Maar beleggen vind ik spannend. Leuk om zo van je te lezen.

    Geef een antwoord

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.