In maart is de inflatie in de eurozone gestegen naar 2,5 procent. Dit is het gevolg van de hogere energieprijzen sinds de oorlog in het Midden-Oosten. Dat blijkt uit cijfers van statistiekbureau Eurostat op basis van een voorlopige raming.
In januari kwam de inflatie in de eurozone nog uit op 1,7 procent. Hoewel de inflatie in februari alweer wat steeg tot 1,9 procent, bleef deze toen nog onder de doelstelling van 2 procent van de ECB. De centrale bank ziet het liefst dat de prijzen rond de 2 procent per jaar stijgen. Daar komt de inflatie in de eurozone echter in maart weer ruim boven uit.
Aan de grondslag van de hogere inflatie liggen de gestegen energieprijzen. Energie was in maart 4,9 procent duurder dan in dezelfde maand een jaar eerder. In februari was er juist nog sprake van een daling van 3,1 procent.
Ook de kosten voor diensten en voeding dragen bij aan het hoge inflatiecijfer, maar daarbij is de inflatie ten opzichte van februari wel iets afgenomen. In maart kwam de inflatie voor diensten uit op 3,2 procent (3,4 procent in februari). Voor voeding, alcohol en tabak gaat het om een inflatie van 2,4 procent in maart ten opzichte van 2,5 procent in februari.
Wanneer er wordt gekeken naar prijsontwikkeling zonder de schommelende prijzen voor energie, voeding, alcohol en tabak mee te nemen, is de inflatie wel gedaald in het eurogebied. Dit is de kerninflatie, die in maart uitkwam op 2,3 procent. In februari was die nog 2,4 procent.
De kerninflatie kan een helderder beeld geven van de structurele prijsontwikkelingen in de eurozone. De prijzen van energie en voeding kunnen namelijk sterk schommelen, wat een vertekend beeld kan geven van de inflatiecijfers. Zo fluctueren de prijzen van brandstof en gas al weken in rap tempo door de oorlog in het Midden-Oosten.
De inflatie in het eurogebied valt niet in alle landen even hoog of laag uit. Bovenaan de lijst staan Kroatië en Litouwen, waar de inflatie respectievelijk 4,7 procent en 4,5 procent was in maart. De laagste inflatie werd gemeten in Cyprus en Italië, waar het cijfer op 1,5 procent uitkomt.
In de twee grootste economieën van de eurozone, Duitsland en Frankrijk, ontwikkelt de inflatie verschillend van elkaar. In Duitsland stegen de prijzen met 2,8 procent in maart. In Frankrijk valt de inflatie een stuk lager uit, namelijk 1,9 procent. Daarmee ligt Frankrijk onder het gemiddelde in de eurozone en Duitsland daarboven.
Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) maakte vandaag op basis van een snelle raming bekend dat de inflatie in Nederland, op basis van de Europese rekenmethode (HICP), uitkomt op 2,6 procent. Op basis van de Nederlandse rekenmethode (CPI) was de inflatie in ons land 2,7 procent in maart. Daarmee ligt de inflatie in Nederland net boven het gemiddelde van de eurozone.
Milou Ros is werkzaam als financieel tekstschrijver. Zij schrijft teksten voor verschillende websites in de financiële dienstverlening en heeft een Bachelor Journalistiek van Hogeschool Windesheim te Zwolle behaald.
Geef een reactie