Bank.nl geeft informatie en vergelijkt bankproducten in Nederland. Let op: Wij zijn geen financiële instelling of bank.

Ongekend hoge inflatie, maar rente blijft laag

Laatst bijgewerkt op: 7 februari 2022
Saskia Oegema
Auteur:

Saskia Oegema is werkzaam als financieel tekstschrijver. Zij onderzoekt en schrijft voor verschillende websites in de financiële dienstverlening. Zowel haar Bachelor Bedrijfseconomie als haar Master in Economics - met als specialisatie Corporate Finance and Control - heeft ze behaald aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.

Leestijd: 4 minuten
Wereldkaart van muntgeld en vergrootglas

Volgens de voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) loopt de inflatie in januari 2022 verder op naar 7,6%. Voor deze berekening is de Europese rekenmethode (HICP) gebruikt. In december 2021 werd met deze methode nog een inflatie van 6,4% gemeten.

Ondanks het feit dat prijzen al lange tijd stijgen, grijpt de Europees Centrale Bank (ECB) niet in. Een renteverhoging van de ECB staat op korte termijn niet in de planning. Andere centrale banken, waaronder De Federal Reserve (Fed) in de Verenigde Staten en De Bank of England, doen dit wel. Waarom blijft de ECB achter?

ECB bepaalt de inflatie niet

Het doel van de Europese Centrale Bank (ECB) is prijsstabiliteit. Stabiele prijzen zijn goed voor de welvaart van Europa. Volgens de ECB wordt dit bereikt met een inflatie van 2% in het hele eurogebied op de middellange termijn.

Prijzen – en daarmee de inflatie – komen tot stand door middel van marktwerking. Oftewel: vraag en aanbod naar producten en diensten. De ECB heeft daar geen directe invloed op. Maar zij kan de inflatie wel beïnvloeden. Met tools, waarvan de rente de belangrijkste is, oefent de ECB indirecte invloed uit op de inflatie. Daarbij kijkt de raad van bestuur van de ECB nauwkeurig naar de vooruitzichten voor de inflatie en de ontwikkeling van de economie.

Zo wordt het rentepercentage bepaald

Geld lenen bij de bank is niet gratis. Banken vragen een vergoeding voor een lening. Dit is de rente. Het is een percentage, dat kan stijgen en dalen. Een hogere rente betekent dat geld lenen duurder is geworden. En andersom. Bij een lage rente is het lenen van geld goedkoper.

Hoe hoog de rente is, bepaalt de markt. Oftewel: de verhouding tussen vraag en aanbod naar leningen en besparingen op de kapitaalmarkt. Is er veel vraag? Dan stijgt de rente. Maar is er veel aanbod en/of weinig vraag, dan is de rente laag.  

Op dit moment is de rente erg laag. Dat komt onder andere omdat er veel aanbod van spaargeld is. Daarnaast was de inflatie tot een tijd terug erg laag. Waardoor de ECB de rente laag heeft gehouden. Dit kan de ECB doen door middel van de beleidsrente, die uiteindelijk doorwerkt naar de spaarrente en hypotheekrente.

Hogere rente remt inflatie af

Centrale banken hebben als doel de prijzen in een land niet te hard laten stijgen. Wanneer dat wel zo is, kan een centrale bank de rente laten toenemen. Met een hogere rente wordt er als het ware op de rem gedrukt. Een hogere rente maakt het namelijk duurder om geld te lenen. Hierdoor neemt de vraag naar leningen, en dus geld, af. Mensen en bedrijven geven minder uit, waardoor de vraag naar producten en diensten afneemt. En deze afname van de vraag betekent dat de prijzen minder hard zullen stijgen. Dit leidt uiteindelijk tot een afname van de inflatie.

Bij een hoge inflatie wordt er daarom naar de centrale banken gekeken. De Europese Centrale Bank (ECB) kan met een renteverhoging de economie laten afkoelen. Toch houdt de ECB vast aan de lage rente. Daarbij drukken de opkoopprogramma’s – waarmee duizenden miljarden in de economie worden gepompt – de rente verder omlaag. De roep om een renteverhoging wordt steeds luider. Maar het ECB-beleid houdt geld in de eurozone goedkoop, zodat bedrijven en consumenten veel kunnen blijven uitgeven en zo de economie blijven stimuleren.

Komt er een einde aan de hoge inflatie?

Volgens president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank en raadslid van de ECB houdt de periode van hoge inflatie tot zeker volgend jaar zomer aan. Misschien nog wel langer. Bij de besluitvorming kijkt de ECB naar alle eurolanden. Het verschil tussen Noord- en Zuid-Europese landen is groot. Zuid-Europese landen hebben enorme staatsschulden. Een renteverhoging zou deze landen geen goed doen. Voor de ECB is dit een extra uitdaging, wat het verhogen van de rente ingewikkelder maakt.

De ECB verwacht dat de hoge inflatie tijdelijk is. Op het moment dat vraag en aanbod weer in balans zijn, zou de inflatie moeten dalen naar het doel van 2%. De ECB is daarom terughoudend met het aanpassen van het beleid. Klaas Knot stelt dat eerst het opkoopprogramma van de ECB verder moet worden afgebouwd. Met de opkoopprogramma’s houdt de ECB de voet eigenlijk op het gaspedaal. Voordat er op de rem kan worden getrapt, moet de ECB de voet van het gas halen. Met het rempedaal doelt Klaas Knot op het rentebeleid en met het gaspedaal op het aankoopprogramma van obligaties, waarmee de ECB geld in de economie blijft pompen.

Geen zekerheid voor renteverhoging

Het afschalen van deze opkoopprogramma’s zal volgens Klaas Knot al moeten zorgen voor een hogere rente, omdat het aanbod van geld op de kapitaalmarkt daarmee afneemt. Hierdoor stijgen de leenkosten, wat volgens Klaas Knot rechtstreeks leidt tot een verhoging van de hypotheekrente en van de rente die banken vragen aan ondernemers.

Daarnaast verwacht Knot dat de ECB in het vierde kwartaal van 2022 de rente gaat verhogen. Maar of dat ook echt gebeurt, dat is nog maar de vraag. Deze inschatting is volgens Knot voortdurend aan verandering onderhevig.

Veel mensen maken zich zorgen over de alsmaar stijgende prijzen. Volgende maand komt het Centraal Planbureau met nieuwe cijfers. Deze nieuwe cijfers geven een beter beeld over onder andere verwachte lonen en prijzen. Het kabinet gaat zich daarom pas volgende maand buigen over de kwestie hoe de inflatie Nederlandse huishoudens zal raken.

  • Geef een antwoord

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.