De inflatie is in maart gestegen naar 2,7 procent. Dat blijkt uit een snelle raming van het Centraal Bureau voor Statistiek. Sinds het begin van de oorlog in het Midden-Oosten zijn de prijzen van goederen weer harder gestegen.
In januari en februari van dit jaar was de inflatie nog 2,4 procent. Er was toen sprake van een daling ten opzichte van december (2,8 procent). Maar aan de stagnerende trend lijkt door de stijgende prijzen sinds de oorlog in het Midden-Oosten een einde te zijn gekomen.
Inflatiecijfers laten zien hoe de consumentenprijsindex (CPI) zich heeft ontwikkeld ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Ook wordt er gekeken naar de ontwikkeling van de prijzen voor consumenten ten opzichte van een maand ervoor. Op basis van de snelle raming van het CBS lijken de prijzen in maart met 0,7 procent te zijn gestegen ten opzichte van februari.
Het CBS zet echter wel een kanttekening bij de vergelijking. Wanneer twee opeenvolgende maanden met elkaar worden vergeleken, kunnen seizoensgebonden factoren namelijk een rol spelen bij de prijsontwikkeling. In bepaalde maanden zijn bepaalde producten bijvoorbeeld goedkoper, maar dit wijst niet meteen op een structurele prijsdaling.
Er wordt niet alleen gekeken naar de inflatie in het algeheel; het CBS kijkt ook naar de prijsontwikkeling van productgroepen. Deze geeft weer hoe de inflatie binnen een bepaalde bestedingscategorie is toe- of afgenomen. Hieruit kan worden afgeleid wat de oorzaak is van de stijging of daling van de inflatie.
Voor maart valt op dat de inflatie van energie inclusief motorbrandstoffen het hardst is opgelopen. Waar deze categorie in februari nog uitkwam op 0,0 procent, is deze in maart 6,5 procent. Dit is geen verrassing, want de prijzen van energie en brandstof zijn door de oorlog in het Midden-Oosten in een rap tempo flink gestegen. Hierdoor bereikte de adviesprijs van benzine op 17 maart een nieuwe recordhoogte van maar liefst 2,51 euro per liter.
Niet alleen de prijs van energie is toegenomen; ook voedingsmiddelen, dranken en tabak zijn in prijs gestegen ten opzichte van februari. Maar daar staat tegenover dat de prijs van diensten over het algemeen minder hard is gestegen dan een maand eerder.
Als de prijzen stijgen terwijl de bestedingsruimte gelijk blijft, daalt de koopkracht van consumenten. Wanneer consumenten meer geld kwijt zijn aan noodzakelijke aankopen als benzine, gas en stroom, houden zij minder geld over om vrij te besteden. Dit betekent dat consumenten keuzes moeten maken over waar zij hun geld aan uitgeven. Op den duur zou dit kunnen betekenen dat de omzet daalt voor bedrijven die minder noodzakelijke goederen en diensten aanbieden.
Milou Ros is werkzaam als financieel tekstschrijver. Zij schrijft teksten voor verschillende websites in de financiële dienstverlening en heeft een Bachelor Journalistiek van Hogeschool Windesheim te Zwolle behaald.
Geef een reactie