Bank.nl geeft informatie en vergelijkt bankproducten in Nederland. Let op: Wij zijn geen financiële instelling of bank.

Het CO2-beleid van banken heeft een groot effect op het vertrouwen van de consument

Laatst bijgewerkt op: 21 december 2021
Renske Daanen
Auteur:

Renske Daanen is werkzaam bij bank.nl. Ook bereikbaar op het mailadres info@bank.nl.

Leestijd: 32 minuten
boom

Aanleiding onderzoek

Schaadt het CO2-beleid van Nederlandse banken het vertrouwen van de consument?

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat in 2020 het vertrouwen van consumenten in banken gelijk is gebleven of is gestegen. Deze stijging kwam onder meer door de houding van banken ten opzichte van de burger tijdens de coronacrisis. Oftewel: de maatschappelijke betrokkenheid van de Nederlandse banken. De Nederlandse vereniging van Banken (NVB) stelt hierin het volgende:

“Het consumentenvertrouwen bleef stabiel. Banken willen er ook in moeilijke tijden zo veel als mogelijk zijn voor hun klanten; mooi dat klanten dat blijkbaar herkennen.”

Bank.nl vindt dit een interessante bevinding en wil dit graag verder analyseren. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de maatschappelijke betrokkenheid belangrijk is voor het vertrouwen van de consument (NVB, 2021).

Twee belangrijke onderwerpen, die op de huidige politieke agenda staan, zijn het coronabeleid en de klimaatverandering. Voor Bank.nl aanleiding om onderzoek te doen naar de invloed van het klimaatbeleid van banken op het consumentenvertrouwen in banken. Vanuit Bank.nl wordt onafhankelijk onderzoek gedaan naar de correlatie tussen het consumentenvertrouwen in Nederlandse banken en het huidige CO2-beleid van deze banken.


1.   Inleiding

De laatste tijd ontkomen we niet meer aan de vele nieuwsberichten over klimaatverandering. We worden overspoeld met nieuws over de CO2-uitstoot en de mogelijke effecten daarvan op de lange termijn. De grootste Nederlandse banken hebben de afgelopen twee jaar het beleid op duurzaamheid verbeterd (NVB, 2021). Toch kwam de Eerlijke Bankwijzer (2021) onlangs naar buiten met het nieuwsbericht dat ING en ABN Amro de klimaatcrisis financieren. Bovendien zien we dat veel banken niet goed scoren als het gaat om het in de praktijk brengen van hun klimaatbeleid.

Recentelijk werd in een nieuwsartikel van RTL Nieuws gesproken over een CO2-budget voor elk huishouden. Volgens het CO2-budget principe krijg je een bepaald budget wat je kunt besteden aan vliegen, autorijden, energie en vlees eten. Het overgrote deel van de Nederlanders ziet dit budget niet zitten. Maar gaat het om de uitstoot van bedrijven? Dan zien we dat het draagvlak voor zo’n CO2-budget vele malen groter is; 67% van de Nederlanders is in dat geval voor (RTL Nieuws, 2021).

Met de mogelijke invoering van het CO2-budget voor elk huishouden in Nederland, raakt het de inwoners in de portemonnee. Dit kan een reden zijn voor de Nederlander om naar het CO2-beleid van een bedrijf te kijken waar zij een product of dienst willen afnemen. Zo ook wanneer je diensten afneemt bij een bepaalde bank. Wanneer de consument het gevoel heeft dat het bedrijf ook haar verantwoordelijkheid neemt met betrekking tot de CO2-uitstoot, kan er een gevoel van samenhorigheid optreden. De consument heeft dan mogelijk het gevoel dat de bank zich maatschappelijk betrokken voelt bij de mogelijke gevolgen van de CO2-uitstoot, denk hierbij aan het CO2-budget.

De vertrouwensmonitor van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) laat zien dat het vertrouwen in banken in 2020 stabiel bleef of zelfs steeg. Het consumentenvertrouwen in banken wordt door de NVB gemeten aan de hand van vijf pijlers:

  1. Privacy
  2. Transparant
  3. Deskundigheid
  4. Klantgerichtheid
  5. Maatschappelijk betrokken

Sinds 2020 is de indicator “maatschappelijke betrokkenheid” toegevoegd aan de meting. Volgens de meest recente vertrouwensmonitor vindt 10% van de klanten dat hun eigen bank niet maatschappelijk is betrokken en 13% vindt dat hun eigen bank niet bijdraagt aan een betere samenleving. Daarentegen vindt 45% van de klanten dat hun eigen bank wel maatschappelijk is betrokken en 33% van de klanten vindt dat de eigen bank bijdraagt aan een betere samenleving.

In dit onderzoek gaan we vanuit Bank.nl analyseren of er een mogelijke correlatie bestaat tussen het vertrouwen in banken door consumenten en het CO2-beleid van banken. De onderzoeksvraag van deze analyse luidt dan ook als volgt:

Wat is het effect van het CO2-beleid van banken op het vertrouwen van de consument in Nederlandse banken?


2.   Theorie

Voordat de onderzoeksvraag beantwoord kan worden, dienen we de variabelen vast te stellen. We onderzoeken de effecten van het CO2-beleid door middel van het vertrouwen in banken als afhankelijke variabele.

Om te achterhalen hoe het vertrouwen van de consument beïnvloed wordt, maken we gebruik van een theoretisch kader over hoe vertrouwen ontstaat in bedrijven. Hiervoor worden verschillende theorieën gebruikt. Als eerste is dit de theorie van Overbeeke over vertrouwen. Overbeeke (2012) stelt dat wantrouwen en een gevoel van onveiligheid vaak samengaan. Daarnaast is het tegenovergestelde ook mogelijk: hoe veiliger de omgeving tijdens je opvoeding, hoe minder wantrouwen er aanwezig is.

2.1.        Begrip vertrouwen

Het begrip vertrouwen kunnen we allereerst analyseren aan de hand van drie verschillende factoren:

  1. Consistentie
  2. Transparantie
  3. Goedgezindheid

Ontbreekt één van deze drie factoren? Dan ontstaat er twijfel, waardoor er sprake is van minder vertrouwen, aldus Overbeeke (2012). Denk hierbij aan een winkelketen die producten aanbiedt tegen bodemprijzen. De consument vraagt zich wellicht af hoe deze winkelketen zulke lage prijzen kan hanteren. Wanneer dit niet duidelijk is, is er een gebrek aan transparantie. Hierdoor kunnen mensen gaan twijfelen aan de eerlijkheid van de producten met als logisch gevolg dat het vertrouwen in de winkelketen daalt.

2.1.1.     Consistentie

De van Dale (2021) beschrijft consistentie als samenhangend en hecht. Dit houdt ook wel in dat iets op een logische manier samenhangt. Denk hierbij aan een bank die aangeeft een duurzaam beleid te voeren, maar tegelijkertijd de mogelijkheid aanbiedt om te beleggen in bedrijven met een hoge CO2-uitstoot. Dit spreekt elkaar tegen, waardoor er geen consistentie is.

2.1.2.     Transparantie

Transparantie wordt door de van Dale ( 2021) gedefinieerd als helder van opzet en makkelijk te doorzien. Zoals al eerder beschreven, wanneer je als bedrijf niet helder naar de consument communiceert over je beleid, dan leidt dit tot speculaties. Op het moment dat klanten gaan speculeren, verliest de consument het vertrouwen in het bedrijf.

2.1.3.     Goedgezindheid

In het Algemeen Nederlands woordenboek (2021) staat goedgezindheid omschreven als het beste voorhebbend met iemand of iets, ook wel welgezind zijn. Denk hierbij aan een stichting met een idealistisch doel. Heeft een bestuurder van deze goede doelen stichting een topsalaris? Dan kan men zich afvragen of de bestuurder wel het beste voor heeft met de stichting, of dat hij deze functie uitvoert voor het eigen belang.

2.2.        Menselijke behoeften en reactiepatronen

Hoe afstandelijker de relatie tot een bedrijf of persoon, hoe meer de consument gericht raakt op de directe bevrediging van de eigen behoeftes en hoe gemakkelijker het vertrouwen in het bedrijf of de persoon wordt opgezegd (Overbeeke, 2012).

Dit zien we bijvoorbeeld terug in de wispelturigheid van het politieke kiezersgedrag van de afgelopen twee decennia. Handelt een politieke partij niet consistent met de waarden die de kiezer belangrijk vindt? Dan verliest de kiezer snel het vertrouwen in deze partij. Hier raken we ook een ander stuk, namelijk wat zijn de behoeften van de kiezer. Overbeeke (2012) omschrijft dat er een smalle lijn loopt tussen drijfveren gericht op onszelf en drijfveren gericht op de ander.

Het is daarom belangrijk om verder te onderzoeken uit welke bouwstenen het consumentenvertrouwen in Nederlandse banken is opgebouwd. Of met andere woorden: in hoeverre spelen drijfveren een rol in het dagelijks leven van de consument ten opzichte van Nederlandse banken? Hierbij maken we gebruik van de theorie van menselijke behoeften en reactiepatronen.

2.2.1.     Menselijke behoeften

Figuur 1: piramide van Maslow

Aan de hand van de theorie van de piramide van Maslow (1962) analyseren we de menselijke behoeften. Maslow heeft een hiërarchie gecreëerd om de behoeften van de mens inzichtelijk te maken. Volgens deze theorie komen onze acties voort uit een motivatie, die gebaseerd is op een bepaalde behoefte. We kunnen stellen dat onze behoeftes voortkomen uit de doelen die we onszelf stellen om ons welzijn te beïnvloeden. Maslow heeft zijn theorie ondergebracht in een piramide, zie figuur 1. In de piramide zijn de menselijke behoeften opgebouwd van meest belangrijk naar minst belangrijk. De onderste laag in de piramide bevat het fundament van de menselijke behoeften, ook wel de fysiologische behoeften. De fysiologische behoefte bevat onze primaire levensbehoeften, om letterlijk in leven te blijven. Denk hierbij voedsel, zuurstof en slaap.

Mensen woonachtig in landen waar sprake is van bijvoorbeeld een hongersnood, zullen zich veel meer richten op de fysiologische behoeften dan mensen woonachtig in landen waar volop welzijn is. Iemand die zich elke dag bezighoudt met het voorzien in de fysiologische behoeften zal zich niet bezighouden met bijvoorbeeld zelfontplooiing. Om de laatste stap in de piramide te bereiken, dien je als mens voorzien te zijn in de eerste 4 lagen op de piramide.

2.2.2.     Menselijke reactiepatronen

Aan de ene kant wordt vertrouwen verklaard aan de hand van de menselijke behoeften. Aan de andere kant is vertrouwen te verklaren door menselijke reactiepatronen. Oftewel: hoe reageren mensen op bepaalde boodschappen? Hier zit vaak een specifiek mechanisme achter; mensen reageren vanuit automatisme op een boodschap.

Een theorie die automatische menselijke reactiepatronen verklaart is de Roos van Leary. Timothy Leary heeft een communicatiemodel ontworpen dat gebaseerd is op een psychologisch onderzoek naar de werking van gedrag. Via onderzoek werd duidelijk dat gedragspatronen voorspelbaar zijn. Het model (figuur 2) gaat ervan uit dat bepaald gedrag een bepaalde reactie oproept. De Roos van Leary laat twee belangrijke dingen zien:

  1. Bepaald gedrag roept een bepaalde reactie op; oorzaak-gevolg
  2. Hoe het gedrag beginvloed kan worden

De figuur laat een horizontale en verticale as zien:

Horizontale as
De horizontale as bestaat uit de samen-tegen as, waarin de relatie met de ander duidelijk wordt. Wanneer het gedrag zich aan de rechterkant van de as bevindt, is er sprake van samen-gedrag. Dit houdt in dat er gedrag bestaat waarin er acceptatie, respect en vertrouwen is voor de ander. Wanneer iemand zich links op de as bevindt, dan is er sprake van tegen-gedrag. In dit geval is er sprake van vijandig en wantrouwend gedrag.

Verticale as
De verticale as bestaat uit boven-onder gedrag, hier wordt duidelijk hoe iemand zich opstelt ten opzichte van de ander. Wanneer iemand boven-gedrag vertoont, dan gedraagt iemand zich dominant en beïnvloedend naar de ander. Als iemand zich op de onder as bevindt, dan vertoont deze persoon ondergeschikt en afhankelijk gedrag aan de ander.

Met de klok mee zien we verschillende vormen van gedrag, die Leary (1962) heeft vastgesteld:

De verschillend gedragsvormen worden samengevoegd tot vier categorieën; dit zijn de vier vormen van gedrag in het midden van de Roos:

De gedragsvormen, weergegeven in figuur 2, zijn tegenovergesteld aan elkaar. Helpend staat bijvoorbeeld tegenover opstandig en aanvallen staat tegenover meewerkend. Aan de hand van dit model kunnen we de volgende conclusies trekken:

  1. Helpend gedrag roept meewerkend gedrag op bij de ander; beiden vertonen samen-gedrag
  2. Aanvallend gedrag roep opstandig gedrag op bij de ander; tegen-gedrag roept tegen-gedrag op
  3. Concurrerend gedrag roep teruggetrokken gedrag op; boven-gedrag roep onder-gedrag op
  4. Volgend gedrag roept leiden gedrag op; onder-gedrag roep leiden-gedrag op

3.   Onderzoek

Om te achterhalen of het CO2-beleid van banken daadwerkelijk het vertrouwen van de consument beïnvloedt, dient de theorie getoetst te worden. Dit wordt in dit onderzoek geanalyseerd door de theorie te koppelen aan de praktijk.

3.1.        Theorie van Overbeeke

Ten eerste analyseren we de theorie van Overbeeke (2012) over consistentie, transparantie en goedgezindheid. De theorie van Overbeeke (2012) toetsen we aan de hand van een bronnenonderzoek.

3.1.1.     Consistentie

Zoals eerder beschreven, is iets consistent als het samenhangend en hecht is. Dit houdt ook wel in dat het op een logische manier samenhangend is. In dit geval analyseert Bank.nl of het CO2-beleid van Nederlandse banken consistent is. Uit de beleidsupdate (oktober 2021) van de Eerlijke Bankwijzer geven zij aan dat beleid op duurzaamheid van de grootste banken (Rabobank, ABN Amro en ING) de afgelopen twee jaren sterk is verbeterd. Daarnaast geeft de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) aan dat de Nederlandse bankensector een positieve bijdrage dient te leveren aan de verduurzaming van de samenleving.

In 2020 hebben bijna alle Nederlandse banken zich gecommitteerd aan de klimaatdoelen van het kabinet (Klimaatakkoord 2020). De Nederlandse banken geven hiermee het signaal af naar de buitenwereld dat zij maatregelen zullen treffen met betrekking tot het tegengaan van de uitstoot van CO2. De Nederlandse banken die hebben ingestemd met het Klimaatakkoord stemmen tevens in met het VN-klimaatakkoord van Parijs (2016). Dit akkoord is in 2016 ondertekend door 28 lidstaten van de EU, waaronder Nederland. Het doel is om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graad.

Opvallend is dat in het jaar 2020 door de Eerlijke Bankwijzer is geconstateerd dat een aantal grootbanken (ABN AMRO, ING en Rabobank) in bedrijven investeren die een rol spelen bij de ontbossing van de Amazone. Daarentegen heeft de Volksbank ervoor gekozen niet te investeren in bedrijven die betrokken zijn bij de soja- en veeteelt. Hieruit kunnen we opmaken dat niet alle banken in Nederland geheel consistent zijn wat betreft het CO2-beleid. Dit kan ervoor zorgen dat er twijfel ontstaat, waardoor er minder consumentenvertrouwen is in de banken. De Eerlijke Bankwijzer laat zien hoe de Nederlandse banken scoren op het beleid van klimaatverandering; hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsscores en praktijkscores.

In onderstaande tabel staat een overzicht hoe banken scoren op klimaatverandering. Volgens de Eerlijke Bankwijzer betekent een goed klimaatbeleid van banken onder meer:

  1. Investeren in de overgang naar een CO2-arme economie
  2. Analyse en rapportage van de bijdrage van de bank aan klimaatverandering
  3. Investeringen verschuiven van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie
  4. Investeren in aanpassingen aan de gevolgen van klimaatverandering in arme landen
BankScore (0 – 100%)
1. Volksbank92%
2. Triodos bank86%
3. Bunq48%
4. NIBC65%
5. ABN AMRO47%
6. Rabobank56%
7. Van Lanschot30%
8. ING50%
Tabel 1: Hoe scoren banken op klimaatverandering? (Eerlijke bankwijzer, 2021)

3.1.2.     Transparantie

Een bedrijf is transparant als het helder van opzet is en makkelijk te doorzien. Zoals eerder beschreven, wanneer je als bedrijf niet helder naar de consument communiceert over je beleid, dan leidt dit tot speculaties. Op het moment dat klanten gaan speculeren, verliest de consument het vertrouwen in het bedrijf.

Bijna alle Nederlandse banken hebben in 2019 het Klimaatakkoord ondertekend. Door het ondertekenen van dit akkoord zijn banken akkoord gegaan met een aantal afspraken, die zijn gemaakt ter ondersteuning van de klimaatdoelstellingen. Wat betreft verantwoordelijkheid dienen alle partijen met de ondertekening van het Klimaatakkoord:

“De partijen ondernemen actie om het CO2-gehalte van hun relevante financieringen en beleggingen te meten. Vanaf het boekjaar 2020 rapporteren zij daarover publiekelijk in de vorm die voor hun het meest passend is. De partijen kunnen hun eigen methodiek kiezen, maar verbinden zich aan een proces om onderling ervaringen te delen, resultaten vergelijkbaar te maken en stappen te zetten om de meting te verbeteren en te verdiepen.”

Door het ondertekenen van het Klimaatakkoord zijn de banken dus verplicht om hun CO2-beleid openbaar te maken. In dit geval kunnen we stellen dat de banken vanaf 2019 transparant dienen te zijn. Daarnaast steunen de Nederlandse banken het initiatief van de Eerlijke Bankwijzer om duurzaamheidsbeleid en de prestaties van banken transparanter en onderling vergelijkbaar te maken.

Dankzij de Eerlijke Bankwijzer kunnen consumenten verschillende Nederlandse banken vergelijken op basis van diverse thema’s. Een aantal van deze thema’s hebben betrekking op klimaatverandering. De meeste banken zijn aangesloten bij de Eerlijke Bankwijzer, maar niet allemaal. In ieder geval de grootbanken van Nederland (ABN Amro, ING en Rabobank) wel mee.

We kunnen stellen dat er vanaf 2018 sprake is van meer transparantie bij de Nederlandse banken (NVB, 2020).

3.1.3.     Goedgezindheid

Goedgezindheid betekent het beste met iemand of iets voorhebben, ook wel welgezind zijn. Nederlandse banken geven aan CO2-uitstaat te willen verminderen, en dat zij met hun CO2-beleid hierin een actieve bijdrage leveren.

Wanneer we kijken naar de laatste cijfers en onderzoeken van de Eerlijke Bankwijzer, stuiten we direct op het meest recente artikel met als titel “ING en ABN Amro financieren de klimaatcrisis”. In dit onderzoek komt naar voren dat de ING en ABN Amro nog altijd meer investeren in fossiele energie dan in duurzame energie (Eerlijke bankwijzer, 2021). Zo heeft ING in de afgelopen drie jaar 9,1 miljard euro aan kredieten verstrekt in de energiesector, waarvan 75% in de fossiele industrie. ABN Amro volgt met 71%. De Rabobank daarentegen heeft een stijging gerealiseerd in het aandeel van duurzame energie; zij zijn gestegen van 63% in 2018 naar 88% in 2020. Het is verrassend dat het akkoord getekend is in 2019 en dat anno 2020 deze cijfers naar boven komen. De Rabobank heeft als enige grootbank een verbetering laten zien.

De ING springt eruit met haar 9,1 miljard euro. Om de goedgezindheid te kunnen bepalen, dienen we het CO2-beleid van ING naast de resultaten van het onderzoek te leggen. ING (2021) geeft aan dat zij bijdragen aan een duurzaam klimaat. Eén van de stappen die zij nemen luidt als volgt:

“We verstrekken geen nieuwe financieringen voor kolengestookte energiecentrales en bouwen de bestaande financiering af naar nagenoeg nul in 2025. We verdubbelen onze financiering aan bedrijven en sectoren die bijdragen aan de klimaatdoelstelling van Parijs”.

Door de resultaten van het onderzoek van de Eerlijke Bankwijzer kan in twijfel getrokken worden of de grootbanken ook daadwerkelijk aan het afbouwen zijn met het financieren van de fossiele industrie. Daarnaast geeft ING aan dat ze de financiering verdubbelen van bedrijven die bijdragen aan de klimaatdoelstelling van Parijs. Het is bijzonder dat alleen de Rabobank in de praktijk ook daadwerkelijk een stijging realiseert.

Hierdoor wordt de goedgezindheid van een aantal banken in Nederland in twijfel getrokken.

3.1.4.     Conclusie

Zoals Overbeeke (2012) heeft beschreven in zijn theorie, zijn er drie factoren belangrijk om een bedrijf volledig te vertrouwen. Wanneer éen van de drie factoren in twijfel wordt getrokken, dan verliest de consument een stukje vertrouwen in het bedrijf.

Naar aanleiding van het bronnenonderzoek kunnen we concluderen dat niet alle Nederlandse banken voldoen aan alle drie de pijlers uit de theorie van Overbeeke. Zo blijkt dat niet alle banken consistent zijn als het gaat om beleid en praktijk. Ook trekken we de goedgezindheid van een aantal Nederlandse banken in twijfel. De pijler transparantie scoort daarentegen bij alle banken in Nederland goed.

Omdat twee van de drie pijler uit de theorie van Overbeeke in twijfel worden getrokken, concluderen we dat de consument niet het volledige vertrouwen heeft in het CO2-beleid van Nederlandse banken.

3.2.        Theorie van Maslow

Overbeeke (2012) stelt in aanvulling op zijn theorie over consistentie, transparantie en goedgezindheid dat hoe afstandelijker de relatie tot een bedrijf of persoon wordt, en hoe meer de consument gericht raakt op de directe bevrediging van de eigen behoeftes, hoe gemakkelijker het vertrouwen en de trouw weer opgezegd worden. Deze theorie wordt getoetst door middel van een kwantitatief onderzoek.

Wanneer we de piramide van Maslow hanteren over menselijke behoeften zou het aannemelijk kunnen zijn dat de onderste twee lagen van de piramide een rol zouden kunnen spelen bij de CO2-uitstoot.

De onderste laag van de piramide betreft onze primaire levensbehoeften, ook wel fysiologische behoeften genoemd. Deze laag houdt verband met onze biologische overleving. Hieronder vallen onder meer de volgende behoeften: ademhalen, voeding, drinken, slaap en onderdak. Wanneer de klimaatverandering doorzet, heeft dit mogelijk invloed op de primaire levensbehoeften. 

Zo omschrijft het Milieu Centraal (2012) de volgende mogelijke gevolgen van klimaatverandering:

Kijken we naar de piramide van Maslow, dan zien we dat de gevolgen van klimaatverandering met name de onderste twee lagen van de piramide raken: de fysiologische behoeften en zekerheid.

Meer overstromingen kunnen bijvoorbeeld leiden tot het hebben van geen onderdak en onzekerheid over voedsel. Hierdoor worden de primaire levensbehoeften en de zekerheid van mensen aangetast.

Het is daarom zeer waarschijnlijk dat de CO2-uitstoot gevolgen heeft voor de eerste lagen van menselijke behoeften. Door middel van een survey wordt getoetst of de Nederlandse bevolking ook daadwerkelijk de CO2-uitstoot ervaart als bedreiging van de onderste twee lagen zoals Maslow (1962) heeft beschreven.

Voor het onderzoek dienen we minimaal 384 respondenten te hebben op een bevolking van 17 miljoen mensen. De populatie is in dit geval de Nederlandse bevolking. De respondenten zijn bezoekers van Bank.nl. Op de website van Bank.nl hebben we een aantal weken een poll uitgezet met de onderzoeksvragen. Daarnaast hebben we Survey Monkey gebruikt in ons eigen netwerk. We hebben de survey gedeeld op LinkedIn en op meerdere Instagram accounts. Zo hebben we gewaarborgd dat we een juiste afspiegeling hebben van de Nederlandse bevolking.

3.2.1.     Onderzoeksvragen

De theorie toetsen we aan de hand van onderstaande onderzoeksvragen en de bijbehorende antwoorden:

Onderzoeksvraag 1:

De CO2-uitstoot (klimaatverandering) is een gevaar voor mijn primaire levensbehoeften, denk hierbij aan zuurstof, voedsel, drinken, onderdak.

  1. Ja, het heeft veel impact op mijn primaire levensbehoeften
  2. Het heeft een matige impact op mijn primaire levensbehoeften
  3. Het heeft geen impact op mijn primaire levensbehoeften

Onderzoeksvraag 2:  

De CO2-uitstoot is een gevaar voor mijn veiligheid, orde, stabiliteit, gezondheid en bescherming in mijn dagelijks leven.

  1. Ja, het heeft veel impact op mijn veiligheid en zekerheid
  2. Het heeft een matige impact op mijn veiligheid en zekerheid
  3. Nee, het heeft geen impact op mijn veiligheid en zekerheid

3.2.2.     Resultaten

Via Bank.nl en Survey Monkey hebben we een resultaat van 433 respondenten. Terwijl er minimaal 384 respondenten vereist zijn met een betrouwbaarheidspercentage van 95%.

Onderzoeksvraag 1: De CO2-uitstoot (klimaatverandering) is een gevaar voor mijn primaire levensbehoeften, denk hierbij aan zuurstof, voedsel, drinken, onderdak

geeft de volgende resultaten

60% van de respondenten ervaart dat de CO2-uitstoot veel of een matige impact heeft op de primaire levensbehoeften. Van deze 60% ervaart 32% dat het veel impact heeft op de primaire levensbehoeften en 28% geeft een matige impact aan. 40% van de respondenten geeft aan geen impact te ervaren op de primaire levensbehoeften.

De meerderheid, in dit geval 60% van de respondenten, ervaart wel degelijk de CO2-uitstoot als een gevaar voor hun primaire levensbehoeften. Uit deze onderzoeksresultaten kunnen we concluderen dat de CO2-uitstoot een gevaar vormt voor de eerste laag in de piramide van Maslow. Vanuit de piramide van Maslow heeft dit dus een grote impact op de eerste levensbehoeften van de mens.

Onderzoeksvraag 2: De CO2-uitstoot is een gevaar voor mijn veiligheid, orde, stabiliteit, gezondheid en bescherming in mijn dagelijks leven.

geeft de volgende resultaten

Aan de hand van de onderzoeksresultaten kunnen we concluderen dat 70% van de respondenten ervaart dat de CO2-uitstoot veel of een matige impact heeft op de veiligheid en zekerheid. Daar tegenover geeft 30% van de respondenten aan dat het geen impact heeft op de veiligheid en zekerheid.

De meerderheid, in dit geval 70% van de respondenten, ervaart de CO2-uitstoot als een gevaar voor de veiligheid en zekerheid. Uit deze onderzoeksresultaten van onderzoeksvraag 2 kunnen we concluderen dat de CO2-uitstoot een gevaar vormt voor de tweede laag in de piramide van Maslow. Vanuit de piramide van Maslow heeft dit dus een grote impact op de tweede laag levensbehoeften van de mens.

3.2.3.     Conclusie

De theorie van Overbeeke (2012) stelt dat hoe afstandelijker de relatie tot en bedrijf of persoon en hoe meer de consument gericht raakt op de directe bevrediging van de eigen behoeften, hoe gemakkelijker dat vertrouwen en trouw weer opgezegd worden. Deze theorie is door middel van een kwantitatief onderzoek getoetst aan de piramide van Maslow.

In paragraaf 2.2.1 is aangegeven dat het zeer waarschijnlijk is dat de CO2-uitstoot gevolgen heeft voor de onderste twee lagen van menselijke behoeften in de piramide van Maslow. Het betreft hier laag van fysiologische behoeften en de laag van zekerheid. Of deze hypothese ook daadwerkelijk klopt, is geanalyseerd aan de hand van onderzoeksvragen die 433 respondenten hebben beantwoord.

De onderzoeksresultaten laten zien dat 60% van de respondenten aangeeft dat zij de CO2-uitstoot ervaren als een gevaar voor de primaire levensbehoeften. Daarnaast geeft 40%  van de respondenten aan dat de CO2-uitstoot geen impact heeft op de primaire levensbehoeften. De meerderheid van de respondenten ervaart dus dat de CO2-uitstoot een gevaar vormt voor de eerste levensbehoefte laag, zoals dit is beschreven in de piramide van Maslow.

Vervolgens geeft 70% van de respondenten aan dat zij de CO2-uitstoot ervaren als een gevaar voor hun veiligheid en zekerheid. Daarentegen geeft 30% van de respondenten aan dat zij de CO2-uitstoot niet ervaren als een gevaar voor de veiligheid en zekerheid.

Kortom, we kunnen concluderen dat de meerderheid van de respondenten ervaart dat de CO2-uitstoot een gevaar vormt voor de eerste twee lagen van de piramide van Maslow voor menselijke behoeftes.

3.3.       Theorie van Leary

Naast dat de menselijke behoeften een rol spelen bij vertrouwen wanneer een bedrijf ver van de consument verwijderd staat, spelen automatische menselijke reactiepatronen ook een belangrijke rol. Zoals eerder beschreven kunnen we de automatische reactiepatronen verklaren aan de hand van het communicatiemodel van Leary. Zoals in het theoretisch kader is beschreven, zijn de volgende reactiepatronen te onderscheiden:

  1. Helpend gedrag roept meewerkend gedrag op bij de ander; beiden vertonen samen-gedrag
  2. Aanvallend gedrag roep opstandig gedrag op bij de ander; tegen-gedrag roept tegen-gedrag op
  3. Concurrerend gedrag roep teruggetrokken gedrag op; boven-gedrag roep onder-gedrag op
  4. Volgend gedrag roept leiden gedrag op; onder-gedrag roep leiden-gedrag op

In dit onderzoek wordt getoetst welk gedrag de banken vertonen en wat voor gedrag dit bij de ander oproept. Zoals eerder beschreven hebben bijna alle banken zich gecommitteerd aan het Klimaatakkoord, wat in 2020 van start zou gaan. Zo geeft het Klimaatakkoord aan dat 89% van de ondertekenden hun CO2-gehalte in kaart hebben gebracht met betrekking tot financieringen en beleggingen. Daarnaast heeft 51% van de ondertekenaars een actieplan opgezet (Klimaatcommitment, 2021).

Daarnaast zien we in de vertrouwensmonitor van de Nederlandse Vereniging Banken (NVB) terug komen dat sinds het jaar 2020 de indicator “maatschappelijke betrokkenheid” is toegevoegd aan de meting om het vertrouwen in banken te meten. De banken scoren een gemiddelde van 3,4 op maatschappelijk betrokkenheid van de 5 punten. Hier wordt duidelijk dat de betrokkenheid van banken wel degelijk een rol speelt bij het vertrouwen van de consument. Wanneer we dit koppelen aan de Roos van Leary kunnen we stellen dat de banken zich vooral bevinden aan de rechterkant van de horizontale as. Met andere woorden: de banken vertonen op dit moment samen-gedrag. Dit samen-gedrag zou volgende het communicatiemodel van Leary ervoor zorgen dat anderen ook samen-gedrag aannemen.

Dit samen-gedrag van banken zien we ook terug in het beleid van de ING. Zo stelt de ING (2021) het volgende “We doen het samen”. De ING geeft aan dat zij een duurzame aanpak willen hanteren en zich elke dag opnieuw inzetten voor een duurzamere wereld. Zij geven aan dat ze keuzes dienen te maken die niet makkelijk zijn voor hen en niet voor de consument. Wanneer we de laatste zin analyseren kunnen we stellen dat de ING de gedragsvorm “leidend” aanneemt. De ING werkt samen, maar geeft aan dat zij soms keuzes dienen te maken die niet makkelijk zullen zijn voor de klant. We zien hier dat de ING een leidende rol aanneemt. Volgens de Roos van Leary is een logische reactie van leidend gedrag, volgend gedrag. De consument zal dan het gevoel hebben dat zij het samen doen, maar zij zijn in de volgende rol.

3.3.1.     Onderzoeksvragen

De theorie van Leary is getoetst door respondenten verschillende vragen voor te leggen. De ondervraagden zijn bezoekers van Bank.nl of mensen uit het eigen netwerk, die met behulp van Survey Monkey zijn ondervraagd.

In ons onderzoek richten we ons alleen op samen-gedrag en tegen-gedrag. Boven-gedrag en onder-gedrag laten we buiten beschouwing. Het stuk vertrouwen zit namelijk vooral op de horizontale as van de Roos van Leary.

De onderzoeksvragen luiden als volgt:

Onderzoeksvraag 3:

Helpen Nederlandse banken volgens jou mee aan het verminderen van klimaatverandering?

  1. Ja, de Nederlandse banken leveren een positieve bijdrage.
  2. Nee, de Nederlandse banken leveren geen positieve bijdrage

Onderzoeksvraag 4:

Dienen de Nederlandse banken maatregelen te treffen om samen de klimaatverandering tegen te gaan?

  1. Ja, ook de Nederlandse banken dienen maatschappelijk betrokken te zijn bij klimaatverandering.
  2. Nee, de Nederlandse banken spelen hier geen rol.

3.3.2.     Resultaten

Via Bank.nl en Survey Monkey hebben we een resultaat van 433 respondenten. Terwijl er minimaal 384 respondenten vereist zijn met een betrouwbaarheidspercentage van 95%.

De eerste vraag die geanalyseerd is: Helpen Nederlandse banken volgens jou mee aan het verminderen van klimaatverandering?

Wat de resultaten zijn van de analyse, zien we terug in onderstaand diagram.

Wanneer we de onderzoeksresultaten analyseren wordt duidelijk dat 54% aangeeft dat zij ervaren dat de Nederlandse banken op dit moment geen positieve bijdrage leveren aan het verminderen van klimaatverandering. Daarentegen geeft 46% van de respondenten aan dat zij wel vinden dat de Nederlandse banken een positieve bijdrage leveren. We zien dat de percentages erg dicht bij elkaar liggen en dat er geen sprake is van een hele grote meerderheid. Wanneer we de resultaten plaatsen in de Roos van Leary, dan laten de resultaten zien dat de meerderheid aangeeft dat de Nederlandse banken tegen-gedrag vertonen. Daarentegen kunnen we concluderen dat 46% van de respondenten ervaart dat er sprake is van samen-gedrag. Toch geeft een kleine meerderheid aan dat er sprake is van tegen-gedrag, zoals de Roos van Leary verklaard.

De volgende onderzoeksvraag waarmee we de theorie hebben geanalyseerd is de vraag: Dienen de Nederlandse banken maatregelen te treffen om samen de klimaatverandering tegen te gaan?

De antwoorden van de respondenten zijn verwerkt in onderstaand diagram.

In de resultaten komt duidelijk naar voren dat de grote meerderheid aangeeft dat de Nederlandse banken maatschappelijk betrokken dienen te zijn bij de klimaatverandering. Daarentegen geeft 21% van de respondenten aan dat de Nederlandse banken hier geen rol spelen. Hier komt duidelijk naar voren dat het merendeel van de Nederlanders verwacht dat de Nederlandse banken een maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen wanneer het op klimaatverandering aankomt.

Wanneer we dit toepassen op de Roos van Leary komt hier duidelijk naar voren dat de Nederlandse banken de rol aan dienen te nemen van samen-gedrag. Maar liefst 79% van de Nederlanders verwacht van de Nederlandse bank samen- gedrag, zoals de Roos van Leary in zijn theorie beschrijft.

3.3.3.     Conclusie

Aan de hand van theorie van Roos van Leary spelen automatische reactiepatronen van de mens ook een grote rol bij het vertrouwen in bedrijven. In deze paragraaf is geanalyseerd of er sprake is van samen-gedrag of tegen-gedrag bij de Nederlandse banken. Uit bronnenonderzoek is gebleken dat er met name sprake is van samen-gedrag wanneer we naar het beleid van de Nederlandse banken kijken.

Zoals eerder beschreven hebben bijna alle banken zich gecommitteerd aan het Klimaatakkoord, wat in 2020 van start zou gaan. Het doel hiervan is om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graad. Alle banken vertonen hier dus een bepaalde mate van maatschappelijke betrokkenheid wat volgens de Roos van Leary als samen-gedrag gedefinieerd kan worden.

Uit de onderzoeksresultaten van onze survey zijn opvallende resultaten gekomen. Wanneer we naar de resultaten van het bronnenonderzoek kijken, dan zouden we kunnen concluderen dat er sprake is van samen-gedrag bij de Nederlandse banken. Opvallend is dat wanneer we naar de onderzoeksresultaten van de survey kijken dat een kleine meerderheid (54%) aangeeft dat zij het gedrag van de Nederlandse banken als tegen-gedrag ervaren. Dit is verrassend omdat uit het bronnenonderzoek andere resultaten zijn gekomen. Wanneer we dit verschil zouden willen verklaren, dan dienen we een ander onderzoek uit te voeren. In dit onderzoek houden we ons beperkt tot de resultaten die wij tot nu hebben geanalyseerd.

Daarnaast geeft 79% van de respondenten aan dat zij verwachten dat de bank maatschappelijk betrokken dient te zijn. We zien tussen de verwachting en de realiteit nog een kans voor de Nederlandse banken. De Nederlandse burger wil graag vanuit de banken samen-gedrag zien, zoals Leary beschrijft aan de hand van zijn theorie. Samen-gedrag roept immers samen-gedrag op bij de ander.

4.    Conclusie

In dit onderzoek is vanuit Bank.nl geanalyseerd of er een mogelijke correlatie bestaat tussen het vertrouwen in banken door consumenten en het CO2-beleid van banken. De onderzoeksvraag van deze analyse is:

Wat is het effect van het CO2-beleid van banken op het vertrouwen van de consument in Nederlandse banken?

Het antwoord hierop is dat het CO2-beleid van Nederlandse banken wel degelijk effect heeft op het vertrouwen van de consument.

Dit kunnen we concluderen naar aanleiding van het onderzoek dat we hebben uitgevoerd. Om een antwoord te geven op de onderzoeksvraag is er gebruik gemaakt van 3 theorieën om het vertrouwen in Nederlandse banken te testen en te verklaren.

Volgens de theorie van Overbeeke (2012) zijn er drie pijlers van invloed op het vertrouwen in een bedrijf of persoon. Wordt één van deze drie pijlers in twijfel getrokken? Dan verliest de consument een stukje vertrouwen in dat bedrijf.

Na het bronnenonderzoek kunnen we stellen dat niet alle Nederlandse grootbanken voldoen aan alle drie de pijlers. Zo worden de pijlers consistentie en goedgezindheid in twijfel getrokken. De pijler transparantie scoort daarentegen bij alle banken in Nederland goed. Hiermee kunnen we vaststellen dat de consument niet volledig het vertrouwen heeft in het CO2-beleid van de Nederlandse banken wanneer we de theorie van Overbeeke (2012) hanteren.

Daarnaast stelt Overbeeke (2012) dat hoe afstandelijker de relatie tot een bedrijf/ persoon wordt en hoe meer de consument gericht raakt op directe bevrediging van eigen behoefte, hoe gemakkelijker dat vertrouwen en trouw weer opgezegd worden. Deze theorie is getoetst aan de hand van de piramide van Maslow, die beschrijft hoe de menselijke behoeften zijn opgebouwd.

De onderzoeksresultaten laten zien dat 60% van de respondenten aangeeft dat zij de CO2-uitstoot zien als een gevaar voor de primaire levensbehoeften. Daarnaast geeft 40% van de respondenten aan dat de CO2-uitstoot geen impact heeft op de primaire levensbehoeften. De meerderheid van de respondenten zegt daarmee dat de CO2-uitstoot een gevaar vormt voor de eerste levensbehoefte laag, zoals beschreven in de piramide van Maslow.

Vervolgens geeft 70% van de respondenten aan dat zij de CO2-uitstoot ervaren als een gevaar voor hun eigen veiligheid en zekerheid. Daarnaast geeft 30% van de respondenten aan dat zij de CO2-uitstoot niet ervaren als een gevaar voor de veiligheid en zekerheid.

Kortom, we kunnen concluderen dat de meerderheid van de respondenten aangeeft dat de CO2-uitstoot een gevaar vormt voor de eerste twee lagen van de piramide voor menselijke behoeftes.

Wanneer er een grote afstand bestaat in de relatie van bedrijf tot persoon, bijvoorbeeld tussen bank en consument, dan raakt de consument gericht op eigen bevrediging. We zien dat de CO2-uitstoot de consument raakt op de eerste twee lagen van de piramide. Het is daarom van groot belang dat de banken iets aan het CO2-beleid doen, omdat anders het vertrouwen vanuit de consument snel opgezegd kan worden.

Naast dat de menselijke behoeften een rol spelen bij vertrouwen wanneer een bedrijf ver van de consument verwijderd staat, spelen automatische menselijke reactiepatronen ook een belangrijke rol. Leary (1962) beschrijft dat samen-gedrag ook samen-gedrag bij de ander oproept. Wanneer mensen iets samen doen, betekent dat er respect en acceptatie is voor de ander. Je vertrouwt de andere partij. Wanneer er sprake is van tegen-gedrag bij de een, dan roept dat ook tegen-gedrag op bij de ander.

Uit bronnenonderzoek is gebleken dat er met name sprake is van samen-gedrag wanneer we naar het beleid van de banken kijken.

Zoals eerder beschreven, hebben bijna alle banken zich gecommitteerd aan het Klimaatakkoord, wat in 2020 van start zou gaan. Het doel hiervan is om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graad. Alle banken vertonen hier dus een bepaalde mate van maatschappelijke betrokkenheid, wat volgens de Roos van Leary als samen-gedrag gedefinieerd kan worden.

Uit de onderzoeksresultaten van de survey zijn opvallende resultaten gekomen. Wanneer we naar de resultaten van het bronnenonderzoek kijken, dan zouden we kunnen concluderen dat er sprake is van samen-gedrag bij de Nederlandse banken. Opvallend is dat wanneer we naar de onderzoeksresultaten van de survey kijken dat een kleine meerderheid (54%) aangeeft dat zij het gedrag van de Nederlandse banken als tegen-gedrag ervaren. Dit is verrassend, omdat uit het bronnenonderzoek andere resultaten zijn gekomen. Wanneer we dit verschil zouden willen verklaren, dan dienen we dieper onderzoek uit te voeren. In dit onderzoek houden we ons beperkt tot de resultaten die wij tot nu hebben geanalyseerd.

Daarnaast geeft maar liefst 79% van de respondenten aan dat zij verwachten dat de banken maatschappelijk betrokken dienen te zijn. We zien tussen de verwachting en de realiteit nog een kans voor de Nederlandse banken. De Nederlandse burger wil graag vanuit de banken samen-gedrag zien, zoals Leary beschrijft aan de hand van zijn theorie. Samen gedrag roept immers samen-gedrag op bij de ander.

Na de analyse kunnen we concluderen dat het CO2-beleid van de banken wel een groot effect heeft op het vertrouwen van de consument in de Nederlandse banken. Wanneer we de theorie van Overbeeke (2012) hanteren, dan kan het vertrouwen van banken met betrekking tot het CO2-beleid in twijfel worden getrokken. Daarnaast geeft 54% van de respondenten aan dat zij vinden dat de bank tegen-gedrag vertoont. Dit is geen grote meerderheid, maar alsnog laat dit zien dat er meer wantrouwen in banken is dan vertrouwen. Hier liggen zeker nog kansen voor de banken om nog meer inspanningen te leveren op het samen-gedrag. Bijna 80% van de respondenten geeft aan dat de banken samen-gedrag dienen te laten zien. Wanneer er sprake is van samen-gedrag, dan is er ook sprake van vertrouwen. We zien daarnaast dat de fysiologische behoeften van veiligheid en zekerheid een grote rol spelen bij de consument. Wanneer de Nederlandse banken meer vertrouwen willen winnen, dienen zij op deze behoeften van de consument in te spelen. We zien dus dat het huidige CO2-beleid van de Nederlandse banken op dit moment nog niet een heel positief effect heeft op het vertrouwen van de consument. Wel liggen hier zeker kansen voor de banken, we zien dat wanneer banken bijvoorbeeld nog meer samen- gedrag vertonen, dat het vertrouwen bij de consument zal toenemen.

5.    Bronnen

Algemeen Nederlands Woordenboek (2021). Geraadpleegd op 10 oktober 2021.

Eerlijke Bankwijzer, 2021. Gemiddelde score. Jouw bank investeert jouw spaargeld. Maar weet jij waar dit geld terecht komt? Eerlijkegeldwijzer.nlGeraadpleegd op 2 december 2021 via:

https://eerlijkegeldwijzer.nl/bankwijzer/beleidsscores/

Eerlijke Bankwijzer, 2021. ING en ABN Amro financieren de klimaatcrisis. eerlijkegeldwijzer.nl geraadpleegd op 23 november 2021 via:

https://eerlijkegeldwijzer.nl/bankwijzer/campagnes/ing-en-abn-amro-financieren-de-klimaatcrisis/

ING, 2021. ING en het klimaat. ing.nl. Geraadpleegd op 20 november 2021 via

https://www.ing.nl/de-ing/over-de-ing/duurzaamheidsbeleid_ING/index/index.html

Klimaatcommitment Financiële Sector, 13 oktober 2021. Voortgang Commissie Financiële Sector Klimaatcommitment. Geraadpleegd op 10 november 2021 via

file:///Users/renskedaanen/Downloads/bijlage-2-begeleidende-brief-voortgangsrapportage-klimaatcommitment-2021.pdf

Maslow, A.H. (1962) Toward a psychology of being. Geraadpleegd op 5 oktober 2021.

Milieu centraal, 2021. Wat is klimaatverandering? milieucentraal.nl Geraadpleegd op 25 november 2021 via https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/klimaatverandering/wat-is-klimaatverandering/

Nederlandse Vereniging van Banken (januari 2021) Vertrouwensmonitor banken 2020.

Overbeeke, S. (2012) Diepere drijfveren- Verborgen motieven doorgronden met entelische intelligentie. Geraadpleegd op 2 oktober 2021

RTL Nieuws (2021) Minder vlees eten en vliegen door eigen CO2- budget, zo werkt dat. Geraadpleegd op 14 september 2021

Van Dale. (2021) Geraadpleegd op 31 oktober 2021

Vane, Sjaak. (2013) Werken met de Roos van Leary (2de ed.). Boom.

  • Geef een antwoord

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *