Bank.nl geeft informatie en vergelijkt bankproducten in Nederland. Let op: Wij zijn geen financiële instelling of bank.

Geld opzij zetten voor de kinderen – Sparen of beleggen?

Laatst bijgewerkt op: 29 augustus 2022
Saskia Oegema
Auteur:

Saskia Oegema is werkzaam als financieel tekstschrijver. Zij onderzoekt en schrijft voor verschillende websites in de financiële dienstverlening. Zowel haar Bachelor Bedrijfseconomie als haar Master in Economics - met als specialisatie Corporate Finance and Control - heeft ze behaald aan de Radboud Universiteit van Nijmegen.

Leestijd: 3 minuten
Kind met gele jas en hand van moeder

Nederlanders houden van sparen. We zijn zelfs kampioen sparen van Europa. Het totale spaargeld van Nederlandse huishoudens is op dit moment meer dan €420 miljard. Vooral tijdens de coronacrisis werd er veel gespaard.

Sparen doen we niet alleen voor onszelf. We creëren ook graag spaarpotjes voor onze kinderen. Bijvoorbeeld voor een dure studie. Of als financieel steuntje in de rug als ze ’t huis uitgaan. De huidige spaarrente is erg laag. Hierdoor levert sparen weinig extra’s op. Of met andere woorden, het rendement is laag. Daarom kijken steeds meer ouders naar een alternatief, zoals beleggen.

Sparen of beleggen: wat is het verschil?

Sparen is geld opzij zetten voor later. Dat kan op verschillende manieren. Banken bieden diverse spaarproducten aan, zoals een speciale kinderspaarrekening en spaardeposito’s. De ouders zetten bijvoorbeeld elke maand een vast bedrag op de spaarrekening. Dat bedrag blijft gewoon staan. Bij een hoge spaarrente wordt de spaarpot meer, bij een lage spaarrente blijft het bedrag nagenoeg hetzelfde.

Sparen is relatief veilig. Het geld staat bij de bank en gaat niet zomaar verloren. Of de rente nu omhoog of omlaag gaat, het spaargeld blijft staan. Bovendien vallen Nederlandse banken onder het depositogarantiestelsel. Mocht de bank failliet gaan, dan zijn alle klanten tot €100.000 beschermd.

Beleggen werkt anders. Bij beleggen stoppen de ouders het geld in beleggingsproducten. Dit zijn bijvoorbeeld aandelen en obligaties. Als deze beleggingsproducten meer waard worden, dan wordt het ingelegde geld ook meer waard. En andersom. Bij een koersdaling gaat de waarde omlaag.

Anders dan bij sparen kunnen de ouders bij beleggen ook verlies maken. Het rendement valt tegen of (een deel) van de inleg gaat verloren. Daar staat de kans op een hoger rendement tegenover.

Risico en rendement gaan hand in hand

Over het algemeen geldt: hoe hoger het rendement, hoe hoger het risico. Sparen geeft zekerheid. Het geld staat veilig bij de bank. Hierdoor is het risico laag. Maar daarom is het rendement ook laag.

Met beleggen nemen de ouders meer risico. De koers kan omhoog én omlaag gaan. Omdat het risico groter is, kan beleggen meer opleveren dan sparen. Maar die garantie is er niet. Niemand weet hoe de beurs zich ontwikkelt.

Bovendien speelt tijd een belangrijke rol bij beleggen. Dit heet de beleggingshorzion. Hoe langer de beleggingshorizon, hoe lager het risico. Beurzen gaan altijd op en neer. Wie langer de tijd heeft, kan een koersdaling uitzitten. Is het geld bijvoorbeeld pas over 18 jaar nodig? Dan is een crisis nu niet gelijk een ramp. Want over 18 jaar kan de koers er weer heel anders voor staan.

Daarnaast is er nog een andere belangrijke factor: de inflatie. Door een lage spaarrente en een hoge inflatie wordt spaargeld steeds iets minder waard. Dat is een veelgenoemde reden waarom ouders kiezen voor beleggen in plaats van sparen.

Eigen naam of niet?

Beleggen of sparen voor een kind kan op naam van het kind. Of op eigen naam. De ouders maken deze keuze. Het is handig om daar de tijd voor te nemen. Want er zijn verschillen in voorwaarden, belastingen en controle.

Wie belegt of spaart op eigen naam voor zijn kind, is en blijft eigenaar van het gespaarde geld. Ook als het kind 18 jaar wordt. Pas op het moment dat de ouders het geld aan het kind geven, krijgt het kind het geld. Geven de ouders het gespaarde bedrag in één keer? Dan wordt over het gehele bedrag schenkbelasting gerekend.

Wanneer de ouders sparen of beleggen op naam van het kind, zijn de ouder tot de 18e verjaardag beheerder van het geld. Zodra het kind 18 jaar wordt, is hij of zij de baas. Door op rekening van het kind te sparen of beleggen, schenken de ouders tijdens het inleggen al meteen. Blijven de ouders onder de schenkingsvrijstelling? Dan kan er bespaard worden op belastingen.

Een combinatie kan ook

Beginnen met beleggen is een grote stap. Beleggen gaat altijd samen met risico’s. Sparen biedt daarentegen meer zekerheid. Maar het één sluit het ander niet uit. Het is mogelijk om sparen en beleggen te combineren. Bijvoorbeeld omdat de ouders niet het risico willen nemen om de hele spaarpot te beleggen. Door te sparen én te beleggen wordt de zekerheid van sparen met de kans op meer rendement van beleggen gecombineerd. De keus tussen sparen, beleggen of een combinatie is en blijft een persoonlijke afweging. Een spaarrekening en beleggingsrekening vergelijken helpt daarbij.

  • Geef een antwoord